"Mevrouw Crevits, hoe kan ik nu al weten wie ik later wil worden?"

Foto Solidair, Vinciane Convens
Foto Solidair, Vinciane Convens

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.

Reacties

In essentie heeft u overschot van gelijk. Afkomst speelt nog veel te veel een rol in het doorverwijzen van leerlingen naar TSO en BSO. Maar u vergeet daarbij enkele essentiële zaken. 1. TSO en BSO leiden naar nuttige en nodige beroepen. Het is géén minderwaardig onderwijs, integendeel. Ouders ( én leerkrachten ) die zelf hoogopgeleid zijn, zien dit echter vaak wél zo, jammer genoeg. Ouders daarentegen die zelf zo'n TSO scholing genoten, zijn veel meer geneigd dit ook een goede keuze voor hun kinderen te vinden. 2. Kinderen en hun ouders ( vooral de hoogopgeleiden) worden ook veel te vaak een voor het kind té hoog gegrepen opleiding aangepraat; onder het mom het maximum uit het kind te halen. Meestal komt dat neer op falen, vroeg of laat, in die te zware richting. Met alle negatieve gevoelens die daarbij komen. Wij zijn zelf twee hoogopgeleiden, en moesten echt weerstand bieden om ons kind in het BSO ingeschreven te krijgen. Nu is hij daar echt op zijn plaats, en goed in zijn vak. Geen enkel jaar een B of C attest. Omgekeerd werd een andere jongen na een jaar TSO terug verwezen naar het ASO "omdat hij te goed was voor het TSO". Aldus komen jongeren in de meeste gevallen alleen vanwege negatieve ervaringen ( B en C attesten ) in het TSO en BSO. Alsof loodgieter of timmerman,... alleen beroepen zijn voor 'domme' mensen. Het tegendeel is waar. 3. Last but not least: de brede eerste en/of tweede graad. Dat eerste bestaat de facto al. In de B-stroom komen kinderen terecht die niet de eindtermen van het lager onderwijs behaald hebben. Alle anderen gaan dus naar de A-stroom. De keuze uren ( Latijn, Moderne Wetenschappen, Technieken,... ) bestaan uit slechts 4 uren/week in het eerste jaar; en 8 uren in het tweede. Alle andere vakken zijn identiek voor alle kinderen qua leerinhouden. Dat betekent dus dat al die kinderen zich door dezelfde hoeveelheid én moeilijkheid wiskunde, Frans, enz. moeten worstelen. Ook als eigenlijk op twaalf jaar al duidelijk was dat een kind beter een niet te theoretische richting zou volgen. Met veel frustraties wegens tekorten, en schoolmoeheid tegen veertien of vijftien. Als dat systeem zou doorgetrokken worden voor de tweede graad zal dat alleen nog maar toenemen. Van een gemiddelde klas van vijfentwintig leerlingen zesde leerjaar, een generatie geleden, ging een klein deeltje naar de Latijnse, een grotere groep naar de Moderne, een bijna even grote groep naar de Technische en een deel rechtstreeks naar het Beroepsonderwijs. Meestal vanuit een positieve keuze. Nu komen ze daar enkele jaren later - in nagenoeg dezelfde verhoudingen als vroeger - ook terecht, maar vanuit een systeem van tekorten en dus falen. Een negatieve "keuze" dus. Na al dan niet jaren van ploeteren (meisjes) of opgeven (jongens). Ziedaar het ware gelaat van het "watervalsysteem"! Wensen we dan écht dat in onze maatschappij nagenoeg alle vaklui uit Polen, Roemenië of andere landen komen? 4. Tenslotte is het "brede graad" systeem ook nefast voor de echt sterke leerlingen. Als je "de meeste" leerlingen mee moet krijgen, vallen zowél de zwakkeren als de sterksten uit de boot. Die zitten zich dan te vervelen in de klas. Waarbij dan vaak storend gedrag ontstaat, wat niemand ten goede komt. Ook heel wat hoogbegaafden zijn schoolmoe, vanwege te weinig uitdaging. Zo gaat ook ontzettend veel talent verloren! 5. de oplossing kan er in bestaan, naar Scandinavisch model, de leerling individueel te begeleiden in zijn traject. Daar werkt elke leerling op zijn eigen tempo de verschillende vakken af. De klasgroepen zijn er klein, maar alle onderwijs niveau's zitten er samen in dezelfde groep op leeftijd. Zittenblijven bestaat er niet. Dat vergt een totaal andere aanpak van de leraren. Er wordt niet klassikaal lesgegeven. De leerling verwerkt zelfstandig nieuwe leerstof, en maakt daarop oefeningen. De leerkracht geeft individueel uitleg indien iets niet begrepen is. Elke leerling werkt op een eigen computer ( door de school voorzien, niet door de ouders! ). Leerlingen weten welk niveau ze moeten behalen aan het eind van de rit, als ze bijvoorbeeld een universitaire studie willen aanvatten. Daarbij tellen alleen de niveau's van de vakken die er voor de gekozen studie toe doen. Het is ook perfect mogelijk dat een leerling al in de loop van het vijfde jaar het hoogste level van bv Engels behaalt. Dan kan hij de vrijgekomen uren invullen met een vak waar hij het moeilijker mee heeft, of een vak dat hij juist zeer interessant vindt. Leerlingen kunnen ook in de loop van een schooljaar de snelheid veranderen waarmee ze de leerstof van een vak verwerken. Zo kunnen ze de focus verleggen naar een ander vak. Ik hoop hiermee een beetje tegengewicht te formuleren voor de tendentieuze 'brede graad' filosofie. Wij hebben zelf ondervonden hoe slopend dat traject was voor onze zoon! met genegen groeten, C. V. leerkracht kunstvakken ( instrument ) in het KSO

In Düsseldorf kwamen deze week woensdag 4.000 mensen hun woede en soms ook hun wanhoop uitschreeuwen voor het parlement waar de ministers van Volksgezondheid van de Duitse deelstaten bijeenkwamen. De PVDA-basisgroep van de Zorg van Luik was erbij.

Josef Wöss is sinds 1997 voorzitter van de afdeling Sociale Politiek van de Weense Arbeidskamer en kent het Oostenrijkse pensioenstelsel als geen ander. Hij geeft geregeld lezingen in Duitsland en is een van de bekendste pensioenspecialisten in Europa. We hadden een gesprek met hem over de Oostenrijkse pensioenen, rechtse regeringen en de pensioenarmoede in Duitsland.

Aan de vooravond van de grote pensioenbetoging van 16 mei schoot de Academische Pensioenraad de regering ter hulp. Alleen al de benaming van die Raad wekt de indruk van vertrouwen, onafhankelijkheid en objectiviteit. Maar het initiatief van die Pensioenraad komt van de regering zelf. Zij heeft zelf de leden van de Raad benoemd en het kader vastgelegd waarbinnen die moet werken. De Raad lanceerde op zijn website een offensief om het principe van het pensioen met punten te verdedigen en de regering aan te zetten om hier echt werk van te maken.

Trier, de Duitse stad waar Karl Marx in 1818 geboren werd en waar hij zijn jeugd doorbracht, biedt twee grote tentoonstellingen, 300 evenementen en tientallen gidsen voor Marx-wandelingen. De tijd van Marx, wie zijn familie was, waar hij woonde, in welke steden hij verbleef, welke de revoluties die hij meemaakte… het wordt allemaal indringend geschetst.

Op vrijdag 15 juni moesten ABVV-syndicalisten Bruno Verlaeckt en Tom Devoght voor de correctionele rechtbank verschijnen voor hun deelname aan een vreedzame stakingsactie in 2016. Ze kregen massale steun van militanten en sympathisanten uit het hele land. Een overtuigend team advocaten eiste niets minder dan hun vrijspraak. Op 29 juni volgt de uitspraak in het Justitiepaleis in Antwerpen. Opnieuw zullen sympathisanten present zijn om de twee te steunen.

De stakingsbereidheid bij de cipiers geeft weer hoe onze Belgische gevangenissen erbij liggen. Met hun stakingen slaan de cipiers alarm over de omstandigheden waarin ze gevangenen moeten bewaken en begeleiden. Die leiden geregeld tot echte drama’s, zoals de schietpartij in Luik, waarbij een in de cel geradicaliseerde man drie mensen neerschoot. De noodkreten van de Luikse cipiers waren in dovemansoren gevallen…

ACOD-Spoor heeft een stakingsaanzegging ingediend voor 29 en 30 juni. Een donderslag bij heldere hemel? Integendeel. De spoorwerknemers zijn al langer malcontent: harder werken, langer werken, besparingen... De directie en de regering breken beetje bij beetje de werkomstandigheden af. Bovendien knaagt de regering ook aan hun pensioen. Kortom, het is altijd meer presteren met minder mensen en minder middelen en langer werken voor minder pensioen. Dat brengt ook de veiligheid van de reizigers in gevaar en ondermijnt de dienstverlening. Er zijn verschillende stakingsaanzeggingen ingediend maar alleen die van ACOD Spoor is erkend. De staking van eind juni gaat dus ook over de veiligheid van de reizigers en over de stiptheid van de treinen.

Tot amper een paar maand geleden leken we af te stevenen op een verwoestende oorlogsstorm boven het Koreaanse schiereiland – Trumps “fire and fury”, militaire manoeuvres van de VS en Zuid-Korea, Noord-Korea’s nucleaire en rakettesten, dreigende taal alom. Maar zie, nu waait er een aangename vredesbries over de regio en hebben VS-president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un elkaar in Singapore de hand geschud. Maar hoe liggen de kaarten werkelijk, en hoe moet het verder?
Je hoort wel eens: “Het heeft geen zin om actie te voeren, de regering luistert toch niet naar de mensen.” Het klopt dat de regering liever luistert naar de elite dan naar de gewone werkmensen, maar toch moet ze plooien voor druk van onderuit door mobilisatie. Dan moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.
Stel je voor dat een inbreker in je wijk alle tv-toestellen steelt. Na een paar dagen komt hij terug en biedt hij de buurt als compensatie vijf radiotoestellen aan. Wat zou je doen? Zou je met je buren ruzie maken over wie zo’n radiotoestel krijgt? Of zou je de inbreker aanpakken opdat hij alle tv-toestellen teruggeeft aan iedereen? Wel, zo is het ook met de pensioenen.